Observaties en ervaringen opgedaan tijdens zijn vele wandelingen in heidegebieden, polders en ruige bergachtige streken zoals het majestueuze Mont Blanc Massief en de Hardangervidda in Noorwegen vormen het uitgangspunt voor zijn werk.

 

Kleuren van het landschap, licht, ruimte, het immateriële en de grootsheid van de natuur, de 'flatness' van het Hollandse landschap worden vertaald in abstracte werken en schilderijen op het grensvlak van abstractie en representatie.

 

Matthieu van Riel werkt in verschillende stijlen. Dat heeft hij altijd gedaan, dat past bij hem. Die vrijheid neemt hij als kunstenaar. Dat heeft niets met vrijblijvendheid te maken maar met een vooraf bepaalde afbakening waaraan een werk moet voldoen. De werken moeten een expliciet beeld opleveren. Gemaakt met een bepaalde intentie.

 

Het geordende en het toeval spelen voortdurend een rol in zijn werk.

Niet per se streeft hij naar een evenwicht in een schilderij tussen die twee uitersten. Nee, want in de ene serie zien de schilderijen en objecten er gepland uit, geconstrueerd bijna, zoals die met pigment en metaal, in de andere serie overheerst het ongeordende, het onvoorspelbare. En die series bestaan gewoon naast elkaar. Maar toch is in al zijn werk voelbaar alsof ordening zich niet zonder toeval mag manifesteren en het onvoorspelbare niet zonder ordening.

Een goed voorbeeld is het werk 'Hollands landschap (avondlicht)' uit 2011. Matthieu dwingt hier het landschap zich uitsluitend binnen een bepaalde constructie te visualiseren. Hij legt het grillige landschap een ordening op. Het kan niet anders zijn dan dat zijn persoonlijke en subjectieve houding op dat moment in het schilderij wordt geobjectiveerd.

 

De allereerste werken die teruggrijpen op ‘het liggende’, de platheid van het polder landschap zijn de monumentale vloerobjecten met metaalplaten en pigmenten uit 1985. Het zijn abstraheringen van zonlichtreflecties van wateroppervlakken en akkers, meestal rechthoekig van vorm, zoals je die ziet in het Nederlandse landschap.

De pigmentobjecten, opgebouwd uit fijne pigmentkorreltjes, zijn uiterst kwetsbaar. Een zuchtje wind of aanraking zal het pigmentvlak aantasten en het beeld doen verdwijnen. Afhankelijk van de lichtval lijkt het pigmentvlak door de sterke kleurintensiteit te zweven boven de vloer of er juist fluwelig diep in weg te zakken.

Deze contemplatieve werken bieden de beschouwer een ervaring van stilte en leegte om even te ontsnappen aan de continue hedendaagse belaging van beeld en vermaak.

 

De 'boundary' schilderijen, zoals hij ze noemt, schilderijen op het grensvlak van abstractie en figuratie, zijn formele benaderingen van het landschap, om ruimte van het landschap met schilderkunstige middelen opnieuw te laten ervaren, parallel aan de werkelijkheid. Ze zijn met een minimale inbreng gemaakt met zo weinig mogelijk verf, ontworpen bijna.

 

Heel anders zijn de veelal in zwart en donkerblauw geschilderde boslandschappen. Romantisch van aard. Doeken gebaseerd op 'Wald Empfindungen' (woudgevoelens) tijdens zijn wandelingen in schemerlicht in de Chaamse bossen in de buurt van Breda.

 

Een paar jaar geleden is hij zich meer gaan richten op de fysieke handeling van het schilderen zelf als onderwerp. Om los te komen van de representatie van het landschap. Eerst op klein formaat, met olieverf en acryl op foto's. Er lijkt in deze werken een poging te zijn om op een expressieve manier van schilderen een beeld te vormen, dat echter onmiddellijk faalt omdat het beeld van het landschap, de foto, het niet toestaat zich te onttrekken aan de werkelijkheid. Uiteindelijk heeft hij deze foto's weggelaten.

 

Nu maakt hij abstracte schilderijen, waarin hij vorm, lijn, kleur, ruimte en beweging onderzoekt. Eigenlijk zijn het vertalingen van de pigment en metaal vloerobjecten die hij eerder maakte, 2-dimensionale vertalingen in verf op canvas. Alleen in de verte nog klinkt iets door van een landschap en de natuur.

 

 

Matthieu van Riel

 

28.01.2018