Tekst

 

Matthieu van Riel maakt schilderijen op het grensvlak van abstractie en figuratie.

 

In het atelier van Matthieu liggen stapels foto's. Gemaakt tijdens zijn vele wandelingen langs meren en rivieren, in bossen, polders en ruige bergachtige streken in Jotunheimen en de Hardangervidda in Noorwegen, Vålådalen in Zweden, de Alpen, Dolomieten en Karpaten. Deze foto’s vormen de basis voor zijn schilderijen.

 

De foto's zijn op zich geen beelden, ze zijn enkel registraties en dienen slechts als geheugensteun, omdat het hem in zijn schilderijen niet gaat om het afbeelden van de werkelijkheid - op zich een onmogelijkheid om ruimte en licht te representeren, of bomen, of een gletsjer, laat staan een bergmassief - maar om het tonen van de  ervaring van licht en ruimte en andere gewaarwordingen in het landschap.

Hij is geboeid door het licht in het landschap, spiegelingen in water, de kleuren van de rotsen, de luchten, het weidse, de stilte. En wil dat vastleggen in een geconstrueerd beeld.

Natuurlijke elementen en natuurverschijnselen onttrekt hij als het ware aan hun dagelijkse werkelijkheid, abstraheert en vereenvoudigt ze, en plaatst ze in een nieuwe context, in de realiteit van het schilderij.

 

Tot een paar jaar geleden was zijn benadering van het landschap formeel en waren zijn doeken 'leeg', de verf schraal opbracht. Soms romantisch om in navolging van Kaspar David Friedrich de grootsheid van de natuur te willen laten ervaren.

In recente werken is de horizon uit het beeld verdwenen en verschijnen bloem- en plantmotieven, hij benadrukt hiermee het platte vlak. De handeling van het schilderen staat voorop en het lijkt alsof de schilderijen zichzelf schilderen, ze zijn 'vol', waarbij de verf pasteus is opgebracht. Hij grijpt met deze doeken terug op het abstracte werk en bloemtekeningen die hij maakte in de periode 1986-2007.